De basis

Op het eerste gezicht mag GIMP met al z’n mogelijkheden overweldigend lijken om een foto net even dat ‘tikje mee’ te geven, toch zijn daar maar weinig handelingen voor nodig. In veel gevallen volstaat het om alleen de ‘niveaus’ aan te passen (kleurniveaus voluit, om een foto op te helderen of juist wat donkerder te maken, of het contrast aan te passen) en de kleurverzadiging op smaak te brengen.

Afhankelijk van de opname-instellingen van de camera kun je overwegen de hoeveelheid digitale ruis wat minder zichtbaar maken en eventueel een scherptefilter toepassen. Hieronder een korte rondgang langs deze instrumenten.

Kleurniveaus

Open een foto en klik op het Niveaus-icoon in de gereedschapskist of kies in het menu onder Kleuren de optie Niveaus.

gereedschapskist - niveaus

DSC_5061.org.web

niveaus.org

Het histogram van deze foto geeft aan dat de belichting bijna correct is geweest: in elk geval is de foto niet overbelicht (dan ‘hangt’ het histogram tegen de rechteras aan) of onderbelicht (tegen de linkeras).

Je kunt eerst proberen wat het resultaat van de knop ‘Automatisch’ onder het histogram is. Soms is deze automatische belichting zo goed als perfect, een andere keer zie je nauwelijks tot geen verschil en vrij vaak gaat de foto compleet de mist in. Dit is niet per se een fout van GIMP, meerdere fotobewerkers hebben hier geregeld last van. Automatisch belichten is kennelijk complexer dan je op het eerste gezicht zou denken.

Onder het histogram zie je drie schuiven (driehoekjes): een zwarte links, een witte rechts en een grijze in het midden. De zwarte schuif bepaalt het zwartpunt van de foto: alle beeldpunten met deze waarde of lager worden zwart. Hoe verder deze naar rechts wordt verschoven, des te donkerder wordt de foto en zullen de schaduwen steeds verder dichtlopen.

De witte schuif rechts doet hetzelfde (of het omgekeerde, zo je wilt) voor de hoge lichten. Hoe verder deze naar links wordt geschoven, des te helderder wordt de foto maar details in de hoge lichten raak je steeds meer kwijt. De middelste schuif maakt de foto gelijkmatig lichter als je hem naar links beweegt, gelijkmatig donkerder als je hem naar rechts beweegt. Door het zwartpunt en het witpunt naar elkaar te bewegen, vergroot je het contrast van de foto.

In de praktijk wordt een foto vaak een stuk fraaier door het zwartpunt daar te plaatsen waar het histogram ‘ophoudt’ en hetzelfde te doen voor het witpunt rechts. Desgewenst beweeg je de middelste schuif naar links om de foto lichter te maken, of naar rechts om hem donkerder te maken. Voor deze foto heb ik het histogram als volgt aangepast.

niveaus.aangepast

DSC_5061.JPG.levels.web

Verzadiging

Deze foto gaat over kleur en dus benadruk ik dit aspect door de kleurverzadiging naar +25 te brengen. Menu Kleuren – Tint/verzadiging.

DSC_5061.JPG.levels.sat.web

Ruis

Digitale foto’s op 100% bekeken laten vaak enige ‘ruis’ zien. Vooral luchten zijn daar gevoelig voor, maar evenzeer schaduwpartijen.

<Tip. Om een foto in GIMP op 100% te bekijken klik je op de numerieke 1. Door de spatiebalk ingedrukt te houden en de muis over de foto te bewegen (zonder muisklik), kun je snel navigeren. De foto weer terugbrengen naar de vensterafmeting doe je met Ctrl-Shift-J. Tip>

Af fabriek heeft GIMP niet veel instrumenten aan boord om digitale ruis te verminderen. Selectief Gaussiaans vervagen, te vinden onder Filters – Vervagen, komt nog het meest in de buurt. Afhankelijk van de hoeveelheid pixels die je foto telt, kun je met lage of zeer lage waarden de ruis enigszins minder zichtbaar maken. Maar als je de gimp-plugin-registry geïnstalleerd hebt, heb je de beschikking over vele, vaak veel betere ruisfilters. Een ruisfilter dat voor mij in de meeste gevallen voldoet heet Wavelet denoise, te vinden onder Filters – Versterken.

wavelet.denoise

Welke waarde je daar invult hangt af van de hoeveelheid ruis, het onderwerp, de ISO-gevoeligheid en wellicht ook van de opnameomstandigheden. Evenzeer spelen de grootte van de beeldsensor, de kwaliteit van die sensor, het aantal pixels en eventuele JPG-correcties zoals verscherping en ruisonderdrukking die staan ingesteld op de camera, een rol.

Voor mijn foto’s heb ik doorgaans genoeg aan drempelwaarden (de Threshold-schuif in de schermafdruk) tussen de 0,32 en 0,48. Hoe groter deze waarde, des te minder ruis maar ook des te minder details er overblijven: elk ruisfilter werkt immers als een soort vervager. En het ene filter houdt meer details overeind dan het andere.

Scherpte

Als standaard scherptefilter gebruik ik meestal Refocus, te vinden onder Filters – Versterken (onderdeel van de gimp-plugin-registry). Dit maakt gebruik van een andere methode dan de standaard USM-filters (unsharp mask) en wel de FIR Wiener-techniek. Ik ga daar verder niet op in (je kunt makkelijk tien dikke boeken volschrijven over alleen al scherptefilters), maar de resultaten bevallen me.

Activeer de plug-in en je krijgt bijgaand venster te zien.

refocus.default

Je moet nu eerst naar een relevant deel van de foto navigeren om te kunnen zien welke waarden je moet gebruiken. Klik daartoe twee keer op het minnetje onder het voorbeeldvenster tot 33%, plaats je muis in het voorbeeld en beweeg het naar de gewenste plek. Klik nu twee keer op het plusje tot 100%. Door op Preview te klikken, zie je wat er gebeurt met de actueel ingestelde waarden. De standaardwaarden leveren al een scherper beeld op. Het schermpje is overigens te vergroten, zodat je wat meer beeld krijgt. Door de matrix-waarde te vergroten, wordt het resultaat volgens de maker van dit filter – Ernst Lippe – verbeterd. Daar staat wel tegenover dat de rekentijd kwadratisch toeneemt: door in plaats van 5 een waarde van 10 te kiezen, duurt het vier keer zo lang om het filter toe te passen. De maker raadt waarden tussen 3 en 8 aan. Ik gebruik vaak een matrixgrootte van 8 of 10 en een radius van 1,1 en laat de andere velden ongemoeid.

refocus.100pct

Helaas gebruikt dit filter maar één processorkern, zoals heel wat meer filters in GIMP 2.8. Wie het verhaaltje over de ontwikkelversie 2.9 heeft gelezen, weet dat het doel van versie 2.10 is om de volledige rekenkracht van een pc te gebruiken, dus meerdere kernen en de grafische processor (gpu).

Zie hier het resultaat.

DSC_5061.resultaat.web+wm

Meer informatie over het Refocus-filter is te vinden op SourceForge:

http://refocus.sourceforge.net/doc.html

Exporteren

Waar je even aan moet wennen, is dat de opdracht Bestand – Bewaren in GIMP betekent dat je de foto wegschrijft naar het xfc-formaat, je hebt geen andere keuze. Dat is het interne formaat van GIMP, dat onder meer in staat is om lagen op te slaan. Voordeel daarvan is dat als je aan een foto werkt en je hebt een complexe laagstructuur opgebouwd, je dit bestand gewoon kunt opslaan. Als je deze foto een volgende keer opent, heb je meteen weer alle lagen beschikbaar. Nadeel is dat de bestandsomvang met elke extra laag waarschijnlijk ook toeneemt (hangt van de laaginhoud af). Dit xfc-formaat wordt niet door alle andere programma’s gelezen.

Wie naar de gebruikelijk formaten zoals jpg of tif wil wegschrijven, moet de opdracht Exporteren gebruiken, eveneens te vinden in het menu Bestand.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: